De klinische orthopedagogiek
De klinische orthopedagogiek
Klinische orthopedagogiek is een autonoom gezondheidszorgberoep. Om de competenties die vereist zijn voor een autonome uitoefening van de klinische orthopedagogiek te verwerven en te behouden, beveelt de Hoge Gezondheidsraad (HGR) een opleidingstraject aan dat uit drie fasen bestaat:
De HGR pleit voor titelbescherming van klinische orthopedagogiek, met daaraan gekoppeld het onderschrijven van een deontologische code en controle op het naleven van de deontologische code.
De hoge gezondheidsraad definieert klinische orthopedagogiek als volgt: “Het uitoefenen van de klinische orthopedagogiek is het vanuit een wetenschappelijk onderbouwd referentiekader verrichten van autonome handelingen gericht op de preventie, de diagnostiek, de begeleiding en behandeling van opvoedings-, ontwikkelings-, leer-, gedrags- en emotionele problemen en de psychosociale gevolgen ervan bij kinderen, jongeren of volwassenen en hun context. De orthopedagogiek is de discipline die de theorieën, modellen, methoden en technieken ontwikkelt voor het bedoelde wetenschappelijke referentiekader”.
Het referentiekader van de orthopedagoog is interactioneel, ecologisch en systemisch van aard: Problemen worden hierbij niet bekeken als een individuele kwestie, maar gedefinieerd als een afstemmingsprobleem tussen (ped)agogische vraag en pedagogisch aanbod. Dit betekent dat problemen bij kinderen, jongeren of volwassenen beschouwd worden als een vraag naar afstemming tussen de (specifieke) opvoedings- en/of ondersteuningsnoden van het individu enerzijds en de omgang, de aanpak, de ondersteuning en de begeleiding door de omgeving anderzijds. Opvoeding en ontwikkeling zijn daarbij dynamische en transactionele processen die onlosmakelijk verbonden zijn met de sociale context waarin ze zich afspelen.
Opvoeding en ontwikkeling worden bekeken vanuit een levensloopperspectief. De atypische ontwikkeling heeft immers regelmatig consequenties op de volwassen leeftijd. Orthopedagogen werken met multifactoriële bio-psycho-sociale verklaringsmodellen wat betreft het functioneren en participeren van het cliëntsysteem. Dit betekent dat biologische en psychologische kwetsbaarheden van het individu interageren met zowel risico- als protectieve factoren in de dagelijkse omgeving, ingebed binnen een bredere sociaal-culturele en maatschappelijke context. De orthopedagoog beoogt door zijn/haar handelen het maximaliseren van ontwikkelings- en ontplooiingskansen, het ondersteunen van kwaliteit van leven en het bewerkstelligen van volwaardige participatie aan het maatschappelijk leven.
De orthopedagogiek focust daarbij op de samenhang tussen diverse domeinen van ontwikkeling en functioneren en anderzijds op diverse manieren van leren en competentieontwikkeling. Dit betekent dat een orthopedagoog kan ingrijpen op het gedrag van een persoon, de functionele mogelijkheden, de cognitieve ontwikkeling en/of de cognitieve functies, de communicatie, de emotionele en psycho-affectieve ontwikkeling, de sociale ontwikkeling en/of de sociale aanpassing, de ontwikkeling van het zelfbeeld en zelfregulatie en/of de kwaliteit van leven van een persoon.
Op een planmatige, methodische en doelgerichte wijze worden acties ondernomen, gebaseerd op een wetenschappelijk gefundeerde en handelingsgerichte diagnostische beeldvorming. Hierbij wordt steeds sterk gewerkt vanuit de eigen krachten en competenties van cliënten en de direct betrokkenen. Orthopedagogen gaan op zoek naar kansen en mogelijkheden om zo maximaal mogelijk veranderingsgericht te werken. Dit gebeurt dialogisch, in samenspraak met de cliënt en het cliëntsysteem om een aanpak op maat te realiseren.
Er is sprake van een zeer divers takenpakket – dat zowel direct als indirect cliëntgericht kan zijn: o.a.:
vroegtijdige signalering en ondersteuning;
preventie;
diagnostiek;
handelingsplanning;
counseling, begeleiding en behandeling (waaronder psychotherapie, mits bijkomende opleiding);
coaching en advisering van professionele partners en teams;
vorming van cliënten en professionele partners;
wetenschappelijk onderzoek;
kwaliteitszorg;
beleid- en visieontwikkeling en innovatie in de organisatie;
leidinggeven en de coördinatie van de handelingen van diverse betrokken professionelen.
Samenwerking met diverse disciplines vormt in veel werkcontexten een centraal punt in het handelen van de orthopedagoog. Orthopedagogen maken immers vaak deel uit van multidisciplinaire teams en vervullen daarbij vanuit hun specifieke expertise en identiteit een complementaire rol ten aanzien van andere disciplines. In deze teams focust de orthopedagoog vooral op factoren die te maken hebben met de ontwikkeling en opvoedingssituatie van de cliënt, zowel op micro-, meso- als macroniveau, en het creëren van een aangepast pedagogisch milieu. Deze invalshoek is complementair met andere perspectieven, waaronder bijvoorbeeld een medische en psychologische visie die meer ingaan op onder andere medicamenteuze behandeling en psychologische ondersteuning.
Orthopedagogen zijn van nature uit eerder verbindende denkers en werkers. Het samenbrengen van verschillende invalshoeken vormt een noodzakelijk gegeven vanuit het multifactorieel bio-psycho-sociaal verklaringsmodel dat de orthopedagoog hanteert. Vaak nemen orthopedagogen een coördinerende rol op om de interventies vanuit de verschillende disciplines op een geïntegreerde wijze te laten verlopen en in de opvoedings-en leefsituatie een plaats te geven.